EN
During our residency at Bierumerschool, we worked with fourteen children from Northeast Groningen to retell the story of the Zeewiefke of Oudeschip. In old legends, she is portrayed as an angry mermaid who returns every seven years to take revenge on young men. But what happens when you listen to someone who is angry? What if you try to imagine what it feels like to be trapped for centuries in fresh water, while longing to swim in salt?
The children felted her tail using local wool from Wad en Wolletje. Then, together, we carried her two-part tail from the top of the dike down to the sea. There, on the shore, the children performed the renewed story for parents and visitors.

                                                                                                 NL  
Tijdens onze residentie bij de Bierumerschool hebben we samen met veertien kinderen uit Noordoost-Groningen het verhaal van het Zeewiefke van Oudeschip opnieuw verteld. In de oude vertellingen verschijnt ze als een boze zeemeermin die eens in de zeven jaar wraak neemt op jonge mannen. Maar wat gebeurt er als je luistert naar iemand die boos is? Wat als je probeert te begrijpen hoe het moet voelen om eeuwenlang opgesloten te zitten in zoet water, terwijl je eigenlijk verlangt naar zout?
De kinderen vilden haar staart met lokale wol van Wad en Wolletje. Daarna droegen we samen haar tweedelige staart van de dijk tot aan zee. Daar, aan het water, brachten de kinderen het nieuwe verhaal tot leven voor ouders en andere bezoekers.


Het hervertelde verhaal dat Debora en de kinderen voordroegen:
De wind huilde langs de dijk. De zee lag daar; onmetelijk, wild, levend. En zij stond er recht tegenover. Op de grens van land en water. Na drie eeuwen.
Ze was het zeewiefke. Ooit geboren uit de zee, verdronken in eenzaamheid, gevangen in een kolk van vergeten dromen. De geur van de zee was anders dan die van de kolk: rauw, zout, diep. Ze ademde in, en het prikte in haar longen en keel, alsof ze vergeten was hoe vrijheid smaakte.
Ze keek naar de golven. Ze hoorde haar naam. Niet in woorden, maar in klanken die alleen zij kon verstaan. De zee kende haar nog. De zee riep haar terug.
De kolk was verleden tijd. Geen stemmen meer die weerklonken in de diepte, geen liedjes die niemand hoorde, geen wachten. Iemand had naar haar geluisterd. Misschien waren het de stemmen van kinderen – zacht, zuiver, nieuw. Zij hadden iets geopend. Niet alleen een doorgang naar de zee, maar ook naar de wereld. Ze had een stem gekregen. Niet om te verleiden, maar om te spreken.
En daar, aan de rand van het wad, sprak ze:
“De tied is veurbij… en de zee is ter weer.”
De woorden rolden van haar tong als golven over zand: zacht, maar onmiskenbaar. En de zee antwoordde.
Ze bewoog. Eerst aarzelend, toen vastberaden. Over schelpen. Door slik. Haar vingertoppen raakten het schuim van de branding. Het water trok aan haar, herkende haar. Met elke beweging werd ze lichter, sterker – alsof de zee haar terugnam als een verloren dochter.
En toen sprong ze.
Ze dook, niet als een mens, maar als iets ouds, wilds en thuis. Het water sloot zich om haar heen als armen. Geen rimpeling bleef achter. Geen spoor. Alleen de echo van haar stem, ergens in de verte:
“De tied is veurbij… en de zee is ter weer…”
En als je op een stormachtige nacht op de dijk staat, en iets ziet bewegen tussen de golven… luister dan goed. Misschien hoor je haar zingen. Niet over wraak. Maar over vrijheid.



Photos by Ravi Steneker 

You may also like

Back to Top